maandag 23 februari 2009

Hardere aanpak falende artsen slechts ten dele zinnig

ab klink Minister Ab Klink (foto) heeft vandaag voorstellen gedaan om falende artsen en alternatieve genezers harder aan te pakken. In het kort komt dat er op neer dat hij artikel 96 van de wet BIG (Beroepen Individuele Gezondheidszorg) wil veranderen waardoor wat tot nog toe als relatief licht gestrafte overtreding (max 3 celstraf of 3700 euro boete) werd geizen, voortaan behandeld wordt als misdrijf, vergelijkbaar bijvoorbeeld met mishandeling of dood door schuld (max 9 jaar gevangenisstraf of 74.000 euro boete). Ook wil de minister de Inspectie voor de gezondheidszorg de mogelijkheid geven om alternatieve geneeskundigen aan te pakken en zonodig hun praktijk te sluiten, en misleidend gebruik van het woord 'Medisch' aan pakken.

In theorie klinkt dit heel mooi, maar in de praktijk zal het lastig zijn omdat tot op heden justitie weinig kan beginnen met het begrip schade of de kans daarop (zoals vermeld in artikel 96). 'Misleiding' is eveneens een moeilijk te bewijzen begrip.

Klink zal toch op zijn minst met justitie af moeten spreken dat zij de opsporing gaat intensifieren.

Je kunt je voorts afvragen of verandering van artikel 96 wel nodig is om falende artsen aan te pakken: iedereen valt onder de strafwet, ook artsen. Mishandeling is mishandeling en dood door schuld is dood door schuld zoals het in het Wetboek van Strafrecht wordt beschreven, of iemand nu arts is of niet. Het gaat er dus voornamelijk om dat justitie en politiek de wil hebben om artsen te vervolgen. Ook nu kan dat al, maar de wil ontbreekt vaak.

Als een patient in een ziekenhuis komt te overlijden als gevolg van onthouden van goede zorg of het geven van de verkeerde zorg, is dat niet enkel en alleen een zaak voor de inspectie en of het medisch tuchtcollege. Als de omstandigheden van het voorval voldoen aan de bewijsvoering nodig voor vervolging onder de strafwet dan kan dat gebeuren. Ook nu geldt al dat een arts die een patient(e) verkracht vervolgd kan worden onder artikel 242 of 243 van de strafwet, daar is de wet BIG niet voor nodig. Voor mishandeling en dood door schuld geldt in principe hetzelfde.

Wel zinnig is het voorstel om de bevoegdheden van de Inspectie voor de gezondheidszorg uit te breiden. Nu kan de inspectie alleen maatregelen opleggen aan zorgverleners die officieel staan geregistreerd als beoefenaren van een medisch beroep. Klink wil die bevoegdheid uitbreiden naar alternatieve genezers. Dat geeft de mogelijkheid om bij misstanden snel in te grijpen waardoor verdere schade aan patienten wordt voorkomen terwijl bijvoorbeeld een strafrechtelijke procedure jarenlang kan duren.

Toch schuilt er een addertje onder het gras: de minister noemt de lotgevallen van actrice Sylvia Millecam als voorbeeld. Millecam overleedt aan borstkanker nadat zij gekozen had voor alternatieve therapie, al dan niet daartoe aangezet door personen die al dan niet de betiteling 'kwakzalver' verdienen. Uiteindelijk echter was het Millecam's eigen keuze om geen chemokuur te ondergaan. Als de nieuwe wet BIG er is, dan zou ingegrepen kunnen worden door het sluiten van die alternatieve kliniek, waardoor Millecam gedwongen zou zijn naar het buitenland te gaan, toch een traditionele chemokuur te ondergaan of te kiezen voor géén behandeling.

Zij is weliswaar na het afwijzen van traditionele behandeling komen te overlijden, maar ook na de soms ingrijpende therapieën in de reguliere geneeskunde komen mensen te overlijden. Klaarblijkelijk hadden Millecam's reguliere artsen haar toch niet dat vertrouwen gegeven dat zij zocht en daar verandert geen wet iets aan.

EtW

Plaats op NuJij Voeg dit artikel toe aan MSN Reporter Voeg toe aan Blig

woensdag 18 februari 2009

De artsen van morgen weten niets

Meer dan de helft (55%) van de Nederlandse studenten geneeskunde vindt dat hun medische kennis fors tekortschiet. De oorzaak zou het huidige universitaire leerprogramma zijn, waarin volgens hen veel te weinig aandacht is voor medisch-inhoudelijke kennis.

Dat blijkt uit een representatief onderzoek onder 1695 geneeskundestudenten door het Studentenplatform van de artsenorganisatie KNMG, dat morgen wordt gepubliceerd in een artikel het artsenweekblad Medisch Contact. De auteurs zijn drie co-assistenten uit Groningen en Leiden (Merel Lambregts, Maurits Buiten en Lidewij Warris).

Waar vroeger in de medische opleiding veel aandacht uitging naar puur klinisch medische vakkennis wordt in de huidige medische opleidingen, relatief veel tijd besteed aan zaken als reflectie, professionele ontwikkeling en communicatie. Dat gaat volgens het KNMG-platform ten koste van medisch-inhoudelijk onderwijs. Slechts 23 procent van de studenten beoordeelt de kennis van collega-studenten met een onvoldoende.

De ‘zelfkritiek’ van de co-assistenten, die over enige jaren als arts zelfstandig verantwoordelijk zijn voor patiëntenzorg, sluit aan bij het oordeel van veel medisch specialisten. Die zeggen zich te verbazen over het kennistekort bij opvallend veel studenten. De kritiek is steeds: ,,De studenten van tegenwoordig weten niets meer.”

Het lijkt erop dat de specialisten daarin gelijk hebben. Vier op de tien studenten (40%) vindt zijn kennisniveau te laag tot veel te laag, afgemeten naar de eigen maatstaven. Onder ouderejaarsstudenten is dit zelfs meer dan de helft (53%).

De auteurs van het artikel in Medisch Contact stellen dat de dokters in spé na zes jaar onderwijs over bepaalde medische basiskennis dienen te beschikken. ,,Het is de kwaliteit van hun basiskennis waaraan studenten duidelijk twijfelen. Dit is een signaal dat niet mag worden genegeerd.”

Edwin ten Winkel

Plaats op NuJij Voeg dit artikel toe aan MSN Reporter Voeg toe aan Blig

dinsdag 17 februari 2009

Door het oog van de naald |een medische misser

Ik wordt gebeld door mevrouw A. Zij maakt zich zorgen over haar moeder mevrouw B. Deze mevrouw B. is begin 80 en was altijd redelijk gezond. Een paar jaar geleden is er een hartklep vervangen en af en toe heeft zij last van wat boezemfladderen waarvoor zij 'geklapt' moet worden.

Een paar maanden geleden gaf haar cardioloog haar echter 'een paardemiddel' tegen het boezemfladderen en dat gebruikt zij nog steeds, desondanks is de toestand van haar moeder achteruit gegaan, ze is benauwd en kan bijna niets meer. De cardioloog krijgen ze echter nauwelijks te spreken.

Zij vraagt me of ik wellicht eens naar de medicatie wil kijken want moeten al die pillen nu wel zo nodig.

Zoiets is altijd een moeilijk verzoek, ik meng me niet graag in het voorschrijfgedrag van een andere arts, maar mevrouw A en mevrouw B zitten beide in mijn "sociale circels" en dan is het moeilijk nee zeggen. Bovendien heb ik meermalen gezien hoe kwiek en fit mevrouw B altijd was en het is moeilijk te geloven dat ze nu zo hard achteruit is gegaan.

De medicijnen

Ik krijg de namen van de geneesmiddelen door en het blijkt te gaan om:

Captopril 2x 25mg
metoprolol 1x100mg
amiodaron 1x200mg
bumetanide 1x 1mg
simvastine 1x 40mg
acenocoumerol

Captopril is een middel tegen hoge bloeddruk, een zgn 'Ace' inhibitor. Verlaagd de bloeddruk, verhoogt de slagkracht van het hart en is van nut bij 'congestief hartfalen', zeg maar hartaandoeningen waarbij het bloed niet snelgenoeg weggepompt kan worden. Op zich dus wel een begrijpelijke keuze, maar het is de eerste ACE inhibitor die ontdekt werd. (mid jaren 70) en heeft wat nadelen zoals uitslag, metaalsmaak, hoesten en een slechte biologische beschikbaarheid met een korte halfwaardetijd. Het moet daarom eigenlijk 2-3 maal per dag gegeven worden terwijl de nieuwere ACE remmers 1-2x per dag gegeven kunnen worden en minder uitslag veroorzaken. Ik zou zelf bijvoorbeeld voor Ramipril hebben gekozen dat je 1-2x per dag kunt nemen. Dat geeft wat minder problemen met de therapietrouw.

Metoprolol is ook tegen hoge bloeddruk, het is een zgn 'Beta receptor blokker' en je kunt het als een werkpaard onder de bloeddrukverlagers beschouwen. Het verlaagd de hartslag en maakt het hart daardoor regelmatiger. Het wordt ook gegeven bij hartfalen Bij hartfalen (decompensatio cordis) is de pompkracht van het hart verzwakt. Het bloed wordt niet meer goed rondgepompt. Je bent dan sneller moe, en kan last krijgen van vocht in de benen of achter de longen. Je bent dan ook sneller benauwd.
Er zijn een aantal bijwerkingen zoals droge mond, droge ogen, duizeligheid, maagklachten.

Bumetanide is een 'plaspil' en wordt ook gebruikt bij hoge bloeddruk. Hoewel ik geen voorstander ben van plaspillen bij hoge bloeddruk zijn er toch mensen die er baat bij hebben. Probleem met Bumetanide is dat je het mineraal Kalium uitplast en kwijtraakt en dat kan nu juist weer moeheid, vermindering van de slagkracht van het hart en hartritme stoornissen veroorzaken.

acenocoumarol is een anti-stollingsmiddel en is vrij standaard bij mensen met een kunstklep.

Dat zit niet goed

Meer zorgen dan wel verbazing heb ik om de amiodaron (merknaam Cordarone®) en de simvastine (merknaam Zocor®).

Amiodarone reguleert het hartritme en wordt gegeven bij boezemfibrileren. De werking begint na 3 dagen-3 weken. Op zich begrijp ik de keus van de cardioloog wel, maar maar er zijn rapporten dat Amiodarone juist zou kunnen leiden tot benauwdheid en vermoeidheid. Bovendien heeft de FDA (de amerikaanse Voedsel en geneesmiddelen autoriteit) recentelijk bepaald dat het alleen nog maar gebruikt mag worden in levensbedreigende situaties juist vanwege de serieuze bijwerkingen. Waaronder mogelijk fatale longcomplicaties. Het beinvloedt bovendien nog eens de werking van betablockers (zoals de Metoprolol) en bloedverdunners die mevrouw S ontvangt.

Het gebruik van de Simvastatine begreep ik ook niet helemaal. Simvastatine behoort tot de group van 'statines', een groep van geneesmiddelen die mid jaren 80 op de markt kwam om cholesterol (en andere vetten in het bloed) te verlagen. Het succes daarvan is eigenlijk een beetje uitgebleven en het nut bleek voornamelijk bij patienten die een erfelijke ziekte hadden (ziekte van Frederickson) waarbij er veel vet in het bloed zit. Voorst wordt Simvastatine ook wel gebruikt om bij mensen met hoge bloeddruk de kans op atherosclerose te voorkomen. Op zich leek het voorschrijven aan mevrouw B. dus wel begrijpelijk, maar je kunt je afvragen of je bij een mevrouw van 80+ nog wel aan preventie van aderverkalking moet doen terwijl niets er op wijst dat ze aderverkalking heeft, anders dan wat 'passend' bij haar leeftijd zou zijn.

Maar er zat me nog iets dwars, ik wist me vrijwel zeker te herinneren dat ik onlangs iets had gehoord over een vervelende bijweking van Simvastatine in combinatie met ........ amiodarone, was er niet iets met de nieren? Even zoeken en ja hoor, het is alweer de FDA die waarschuwd voor een ernstige bijwerking tussen Amiodarone en Simvastatine: Het kan afbraak van de spieren (Rhabdomyelyse) veroorzaken waarbij de afbraakproducten de nieren in ernstige mate kunnen beschadigen. Deze bijwerking treedt volgens de rapporten vooral op bij doseringen boven de 20 mg Simvastatine. Mevrouw B gebruikt dubbel zoveel.

Ik besluit om mevrouw A toch maar gelijk te bellen. Ik vertel haar mijn bevindingen en druk haar op het hart niet zelf met de medicijnen te gaan experimenteren maar dit met de cardioloog te bespreken en hem met klem te verzoeken de therapie aan te passen.

Als ik met mevrouw A praat, hoor ik nog meer verontrustende dingen: haar moeder is erg benauwd, vooral 's nachts en moet op een aantal kussens slapen. Dit is gewoonlijk een teken van veel vocht in de longen. Dat kan komen door een slecht werkend hart, maar het is ook een bijwerking van de amiodarone. Ik vraag naar het plassen van mevrouw B. Ze blijkt, ondanks de plaspillen, nauwelijks te plassen, wat me verontrust. Waar blijft al dat vocht? Waarschijnlijk in de longen. Waarom scheiden de nieren het niet uit?

Ik hou het erop dat er met het hart op zich niets aan de hand is dat de benauwdheid verklaart (bijvoorbeeld een afgenomen slagkracht), maar dat het waarschijnlijk toch een bijwerking is van de amiodarone (het 'paardemiddel'). Gelukkig heeft mevrouw B de volgende morgen een afspraak met de cardioloog en ik bespreek met haar dochter nog even welk doel zij zich voor ogen moet houden bij de cardioloog.

Gelukkig

De volgende dag, krijg ik een blij belletje van mevrouw B: Het oude captopril wordt vervangen door een moderner middel dat beter werkt en haar moeder mag stoppen met de Amiodarone. Wel had de cardioloog haar gezegd: Ja, maar dan kan uw moeder weer last krijgen van boezemfladderen. Het antwoord daarop hadden we echter al geoefend: "In dat geval kan ze weer geklapt worden, maar als ze doorgaat met de amiodarone gaat ze waarschijnlijk dood." De cardioloog zei van enige publicatie over de bijwerkingen van Amiodarone nog nooit gehoord te hebben. Die kreeg hij van haar gelijk onder zijn neus gedrukt. Uiteindelijk ging hij overstag.

Oops

Twee dagen later kreeg ik echter een verontrustend telefoontje van mevrouw A: De afgelopen nacht was haar moeder in het Ziekenhuis opgenomen. Dat was natuurlijk ook voor mij schrikken. Zou ik het helemaal mis hebben gehad? Zou mevrouw B. door mijn raad plotseling opname nodig gehad hebben?

Gelukkig stelde haar dochter mij gerust: Ook het ziekenhuis had haar verteld dat het niet door de medicijnverandering kwam. Het ECG was normaal en de arts had haar verteld dat haar moeder waarschijnlijk leed aan zeer ernstige atherosclerose ('aderverkalking') waardoor het hart niet genoeg zuurstof meer kreeg als het 'hard moest werken'. Dat 'harde werken' was nodig omdat de bloeddruk in de longen verhoogd was'. Er zou die middag nog een vaatonderzoek plaatsvinden en waarschijnlijk zou ze gelijk 'gedottert' moeten worden. Mevrouw A moest zich maar voorbereiden op lange revalidatie van haar moeder.

Alweer moest ik mevrouw A. laten weten dat ik twijfelde: Haar moeder had tot voor kort en in ieder geval tot voor de amiodarone nooit enig teken van aderverkalking of van een verhoogde bloeddruk in de longen gehad. Ik voorspelde haar dan ook dat er uit het vaatonderzoek niets zou komen. Ik wilde best geloven dat er een hoge bloeddruk in de longen was, waardoor er een extra beroep op het hart gedaan werd, maar ik was er van overtuigd dat dit door de amiodarone kwam. Die was weliswaar zojuist gestopt, maar het effect was natuurlijk nog niet gelijk over. Ik raadde aan de cardioloog voor te stellen een beproefd plasmiddel te geven - furosemide- niet vanwege de bloeddruk maar om vocht af te drijven.

Eind good al goed

De volgende dag toen mevrouw A. weer naar het ziekenhuis ging, voorbereid op een moeilijk gesprek met de cardioloog, trof zij een andere arts dan de cardioloog die haar moeder gewoonlijk behandelde.

Deze jongere arts vertelde haar dat dotteren inderdaad niet nodig bleek, er was geen probleem met de bloedvaten van haar moeder. Eerlijk maar enigszins beschaamd vertelde de vervanger haar dat het er op leek dat er eigenlijk niet zoveel aan de hand was met haar moeder, maar dat het vooral de amiodarone was die haar problemen had veroorzaakt. Ja, de publicaties over amiodarone kende hij. Dit had nooit mogen gebeuren.

Haar moeder had inmiddels een andere plaspil (furosemide) gekregen en plaste nu liters vocht uit. Met elke liter vocht verdween ook haar benauwdheid en inmiddels klimt zij als een kwieke oude dame weer rustig op de fiets.

Ik geef het toe, het is heerlijk om gelijk te hebben. Het geeft echter ook aan dat er klaarblijkelijk toch nog wel artsen zijn - ook specialisten- die hun literatuur toch maar matig bijhouden. Zeker als je als specialist bepaalde medicijnen vaak voorschrijft, dien je toch op de hoogte te zijn van de bijwerkingen en interacties.

Dit is overigens ook iets waar de apotheker een signaal af had moeten geven. Medicijnbewaking is er nu ook al, maar klaarblijkelijk werkt het niet. Het electronisch patientendossier zal daar geen verandering in brengen.

Edwin ten Winkel

Naschrift

Wie schetst mijn verbazing dat toen bij een nieuwe controle in het ziekenhuis, wéér een nieuwe arts mevrouw B. weer direct op Amiodarone wilde zetten. Gelukkig zette haar dochter direct de voet dwars. Van alle ellende die Amiodarone had veroorzaakt had de nieuwe arts klaarblijkelijk niets in de status terug kunnen vinden (dit nog afgezien van het feit dat het gewoon een slechte keuze was, ook zonder voorgeschiedenis). Komt nog bij dat het wat het hart betreft goed ging met mevrouw B. Er was geen enkele reden de medicatie aan te passen.
Plaats op NuJij Voeg dit artikel toe aan MSN Reporter Voeg toe aan Blig

dinsdag 3 februari 2009

Rechter verbiedt publicatie boek over Nuenense arts

De kort gedingrechter van de rechtbank Breda heeft bepaald dat de Stichting Abot Kamay de publicatie van het boek ‘De wrede dood van Bebe Paña en Divina Urbi’ over een Nuenense arts en zijn overleden vrouw moet staken. Daarnaast verbiedt de rechter een aantal publicaties over het boek en de arts op internet. Naar het oordeel van de rechter staan in het boek ‘De wrede dood van Bebe Paña en Divina Urbi’ passages die de naam van de arts uit Nuenen in hoogst ernstige mate schaden. De schrijver, Dirk Jan Barreveld, had inmiddels al toegegeven dat hij gelogen had in het boek, daarmee eveneens laster toegevend. De arts zei eveneens strafrechtelijke aangifte te zullen doen.

Plaats op NuJij Voeg dit artikel toe aan MSN Reporter Voeg toe aan Blig

dinsdag 16 december 2008

Het Rode Goud

400 duizend Nederlanders doneren jaarlijks bloed aan Sanquin. Zij doen dat om het leven te kunnen redden van ernstige zieken. De bloedbank doet echter veel meer met hun gift.

Door Michiel Haighton en Merijn Rengers

Het rode goud – zo wordt volgens oud-medewerkers bij de Stichting Sanquin Bloedvoorziening het bloed genoemd dat ruim 400 duizend Nederlanders donors jaarlijks afstaan. Die benaming spoort niet met het idee dat de meeste donors hebben: zij geven belangeloos, (en gratis) met in hun achterhoofd beelden van verkeersslachtoffers en andere patiënten die veel bloed hebben verloren.

Sanquin doet veel meer dan bloed verschaffen aan Nederlandse patiënten. De stichting zonder winstoogmerk is ook actief op de markt voor van bloedproducten gemaakte geneesmiddelen. En dat, zegt Sanquin-directeur Theo Buunen, is een wereldwijde en commerciële markt die andere wetten kent dan de volledig op Nederland gerichte bloedinzameling.

Donors merken daar niets van. Zij geven gemiddeld anderhalf maal per jaar bloed of ruim vijf keer per jaar plasma (de eiwitten uit het bloed). Het gedoneerde bloed en een deel van de eiwitten zijn bestemd voor de ziekenhuizen, de rest van het plasma voor het maken van medicijnen.

Het plasma wordt – apart van het bloed van de donors – naar de fabrieken van Sanquin in Amsterdam en Brussel gebracht, en daar bewerkt tot geneesmiddelen. De fabrieken, die in de verte doen denken aan melkfabrieken, zijn afgesloten van de buitenwereld. Alleen Sanquin-personeel met speciale pakken mag in de buurt van de machines en vaten met plasma komen.

Sanquin zegt de donors adequaat te informeren over het verschillend gebruik van bloedcellen en plasma. ‘Er is één donor, maar er zijn in feite twee circuits’, zegt Buunen. ‘Het bloedgedeelte, en onze farmaceutische activiteiten. Natuurlijk is daar spanning tussen. De kunst voor Sanquin is om die spanning goed te managen.’
De spagaat van Sanquin komt goed naar voren in de gang van zaken rond het geneesmiddel Cetor, een medicijn tegen Hereditair Angio-Oedeem (HAE). Dat is een zeer zeldzame – soms levensbedreigende – aandoening, waarbij lichaamsdelen (zoals het gezicht) plotseling enorm gaan opzwellen.

Cetor wordt in Nederland al ruim 35 jaar gewonnen uit het bloedplasma van Nederlandse donors, maar was niet te koop in de Verenigde Staten, het walhalla van de commerciële medicijnenindustrie. Nadat Sanquin herhaaldelijk was benaderd door Amerikaanse patiënten die Cetor wilden gebruiken, zocht de stichting in januari 2004 samenwerking met Amerikaanse biotechondernemers.

‘Het is zeer duur en risicovol om een medicijn op de Amerikaanse markt te introduceren. Zelfs voor een geneesmiddel dat buiten de VS al jaren bestaat’, zegt Buunen. ‘Zo is het idee ontstaan dat Sanquin kennis en technologie zou leveren. De Amerikanen zorgden voor het Amerikaanse plasma, geld, het papierwerk en het klinisch onderzoek bij patiënten.’

Ook Sanquin sprong financieel bij. De Nederlandse stichting leende 3,7 miljoen euro aan de Amerikanen tussen 2004 en medio 2008, blijkt uit documenten die LevPharma deponeerde bij de Amerikaanse beursautoriteit.

Het bleek een gouden zet voor de Amerikanen. LevPharma doorliep alle tests met het medicijn. In 2007 was de formele erkenning dichtbij, en leenden de Amerikanen op hun beurt 2 miljoen euro aan Sanquin, bedoeld voor het uitbreiden en vernieuwen van de productielijn voor het medicijn in Amsterdam en Brussel.
De komende jaren investeren de Amerikanen nog eens 5,5 miljoen in de Sanquin-fabrieken, waar sinds sinds enkele maanden het Amerikaans/Nederlandse medicijn wordt gefabriceerd uit door Amerikaanse donors afgestane bloedeiwitten die Amerikaanse donors hebben afgestaan. De wet schrijft voor dat Amerikanen alleen met plasma uit hun eigen land het medicijn mogen maken.
Op 10 oktober van dit jaar kreeg LevPharma de toestemming van de Amerikaanse Food and Drug Administration (FDA) om Cinryze (vergelijkbaar met Cetor in Nederland) op de Amerikaanse markt te brengen. LevPharma is de komende jaren het enige bedrijf dat Cinryze mag aanbieden.

Dat betekende kassa voor de Amerikanen, met wie Sanquin in het farmaceutische avontuur was gestapt. LevPharma werd afgelopen zomer overgenomen door branchegenoot ViroPharma. De twee Amerikaanse directeuren van LevPharma verdienden aan de overname een slordige 80 miljoen dollar (60 miljoen euro) de man. De zes managers daaronder verdeelden een vergelijkbaar bedrag.
In het Amsterdamse hoofdkwartier van Sanquin leidden die bedragen tot verbazing. ‘Wij hebben niet deelgenomen aan de onderhandelingen over de overname van Levpharma in de VS’, zegt Theo Buunen. ‘We vonden het eerlijk gezegd ook best flinke sommen geld die ViroPharma bereid bleek te betalen.’

En Sanquin? Sanquin houdt niets over aan de verkoop van de aandelen van Levpharma. ‘Wij hebben hieraan nooit geld willen verdienen. Dat mogen we niet eens’, zegt Buunen. ‘Wij willen Amerikaanse patiënten helpen met onze technologie. Het voordeel voor Sanquin is dat wij de komende jaren uit Amerikaans plasma Cinryze halen en dat naar de VS exporteren. Dat is goed voor de efficiëntie van onze fabrieken, en dus ook voor de doelmatigheid van de bloedvoorziening in Nederland.’ Voor de behandeling van het Amerikaanse plasma ontvangt Sanquin in de toekomst 15 miljoen euro per jaar uit de VS.

Al met al, zegt Buunen, laat de gang van zaken rond Cetor zien dat Sanquin prima in staat is om als Nederlandse stichting samen te werken met de Amerikaanse farmaceutische industrie. ‘Wij hebben dit heel zuiver gedaan.’

Die bewering wordt betwist door donors, concurrenten en oud-medewerkers van Sanquin. Zo heeft Jan M. Bult, de president van de Plasma Protein Therapeutics Association (PPTA) veel twijfels. De PPTA is de wereldwijde organisatie van commerciële farmaceutische bedrijven die met bloedplasma werken. ‘De Stichting Sanquin moet Nederland van bloed en plasmamedicijnen voorzien. Je kunt je afvragen of dit soort grensoverschrijdende activiteiten daaronder valt.’

Bovendien, zegt Bult, speelt Sanquin een raar spelletje. ‘Ze willen dolgraag meedoen op de internationale plasmamarkt. Prima, maar dat moet wel eerlijk gebeuren. Sanquin verdient makkelijk geld met het leveren van bloed aan ziekenhuizen. In het buitenland bieden ze hun plasmamedicijnen zeer goedkoop aan. Wij vinden dat geen eerlijke situatie.’

Sanquin-directeur Buunen bestrijdt dit. ‘We subsidiëren de plasmatak niet met het geld dat we verdienen met bloed. Bovendien verhandelen we alleen restproducten van plasma, dat overblijft als we de Nederlandse markt hebben bediend.’

Henk Olthuis, de oud-directeur van de Bloedbank Nijmegen, die in 1998 opging in Sanquin, ziet in de gang van zaken een bewijs dat hij zich in het verleden met recht heeft verzet tegen de vorming van Sanquin. ‘Ik vond het indertijd een slecht idee om zowel de bloedvoorziening voor de ziekenhuizen als de productie van medicijnen uit bloedplasma in één organisatie onder te brengen.’
‘Zo te horen zijn mijn argumenten van toen nog steeds waar’, zegt Olthuis, die in 1995 de pers zocht met zijn kritiek. ‘Als de commerciële motieven van de plasmahandel bij Sanquin de boventoon gaan voeren, dan komt de vrijwillige bloedvoorziening in Nederland in gevaar. En dat mag nooit gebeuren. Het is te belangrijk om een grote groep trouwe bloeddonoren te hebben.’

Joost Hardeman, de voorzitter van de Vereniging van Bloed- en Plasmadonors (LVB), is nog kritischer. ‘Dit is bizar. Het is toch te gek dat plasmadonors uit de krant moeten vernemen dat een aantal Amerikaanse ondernemers met Nederlandse bloedtechnologie is binnengelopen?’

De LVB werd vorig jaar opgericht naar aanleiding van onvrede onder donors over onder meer de hoge beloning van de directie van de bloedbank. De drie Sanquin-bestuursleden verdienden in 2007 samen ruim 800 duizend euro. Te veel, vond een groep kritisch donors. Temeer daar Nederland het zo belangrijk vindt dat donors geen geld ontvangen voor het afstaan van hun bloed of plasma.

De LVB zette zich daarbij af tegen de landelijke donorraad, het orgaan waarin donors inspraak hebben bij Sanquin. ‘De donorraad zit ons te dicht tegen Sanquin aan. Het gaat ons bovendien om meer dan de salarisdiscussie’, zegt Hardeman. ‘Sanquin moet eerlijker met donors omgaan. Hun plasma gaat de hele wereld over, en er wordt grof geld aan verdiend. Donors hebben het recht dat te weten en daarover mee te beslissen.’

Bovendien, zegt Hardeman, kiest de bloedbank voor de verkeerde benadering. ‘Sanquin is helemaal niet in staat echt mee te doen met de farmaceutische industrie. Als het over geld gaat, zijn die vele malen slimmer. Sanquin moet geen technologie of kennis overdragen aan dit soort bedrijven. Dankzij de patenten van de farmaceuten zijn medicijnen veel te duur, en vaak onbereikbaar voor mensen met een kleine beurs.’

‘Het past beter bij de idealen van de Nederlandse bloedvoorziening om te kiezen voor het breed en goedkoop toegankelijk maken van een medicijn’, zegt Hardeman. ‘Sanquin laat de arme landen en de onverzekerden in de kou staan. De plasmadonoren die bij ons zijn aangesloten willen dat niet. Sterker: Ze voelen zich belazerd.’

Plaats op NuJij Voeg dit artikel toe aan MSN Reporter Voeg toe aan Blig

vrijdag 14 november 2008

Betalen voor voorrang

In het Kennemer Gasthuis in Haarlem blijken patienten voor 900 euro voorrrang te kunnen kopen voor medische behandelingen. Dit geldt zowel voor individuele patienten als voor werknemers van bedrijven die een speciale bedrijvenpolis hebben afgesloten.

Het Kennemer Gasthuis is niet het enige ziekenhuis dat dit doet.

Een woordvoerder van het ziekenhuis reageerde hierop dat dit heel normaal was en dat het echt niet ging om mensen die rijker waren. Het zou voornamelijk gaan om werknemers waarbij een bedrijf economische waarde aan hun herstel hechtte. Het zou echt gaan om mensen met een gewone portemonnee.

Alsof dat een excuus is. Rijke mensen kopen voorrrang --> schandalig. Gewone mensen kopen voorrrang --> Dat is OK.?????

Als ik bij Albert Heijn in de rij sta kan ik ook niet voor aan de rij komen door een extra euro te betalen.

Wat wel een oplossing zou zijn is het geven van meer vergunningen aan privé klinieken -niet gefinancierd uit de algemene middelen- waar mensen die dat willen tegen betaling terecht kunnen.

Zeker, dat is voor de mensen met geld, maar het is een win-win situatie. Een ieder die zich in een prive kliniek laat behandelen belast niet de wachtlijsten van de gewone ziekenhuizen, waardoor ook de persoon die geen privekliniek kan betalen sneller aan de beurt is.

Plaats op NuJij Voeg dit artikel toe aan MSN Reporter Voeg toe aan Blig

vrijdag 5 september 2008

Verpleeghuisbewoner dood door slechte verzorging

Het Rotterdamse verpleeghuis Smeetsland heeft in 2005 een 81-jarige bewoner slecht verzorgd en fout op fout gestapeld, waardoor de man zeer waarschijnlijk is overleden. Dat heeft forensisch arts Selma Eikelenboom vrijdag gesteld voor de rechtbank in Rotterdam.
De bejaarde man werd in de zomer van 2005 dood naast zijn bed gevonden, hangend in een band waarmee hij eerder door verplegend personeel was vastgebonden.

Het personeel vond de zwaar demente man agressief en gedragsgestoord en bond hem daarom 's nachts vast in zijn bed. Volgens de forensisch arts was dat helemaal verkeerd. Op basis van rapportages denkt ze dat de patiënt blaasontsteking had, daarom veel pijn had, en daarom zo lastig was.

Als de arts van het verpleeghuis de patiënt lichamelijk had onderzocht en de dossiers over hem goed had gelezen, hadden de klachten van de man vrij eenvoudig verholpen kunnen worden. Het was dan, naar haar mening, niet nodig geweest hem vast te binden.

Dat vastbinden gebeurde volgens haar ook nog eens verkeerd. Als klap op de vuurpijl koos het personeel er bovendien voor om geen hekken rond het bed van de patiënt te plaatsen, hoewel dat wel moet.
De medewerkers maakten 's nachts drie keer een ronde langs de bedden om te kijken of alles goed ging met de patiënten. Volgens Eikelenboom was dat veel te weinig.
De patiënt, die een slechte conditie had en bijna niet at en dronk, had volgens haar constant iemand naast zijn bed moeten hebben. 

De grote vraag tijdens de rechtszaak is waaraan de man precies is overleden. Heeft hij als hartpatiënt bijvoorbeeld een infarct gekregen, kreeg hij het daardoor benauwd en heeft hij toen met alle kracht, net voordat hij stierf, geprobeerd zijn bed te verlaten, zoals het verpleeghuis denkt.
Of probeerde de onrustige man een eind te maken aan zijn gevangenschap, kwam hij daarbij klem te zitten en is hij gestikt, zoals het Nederlands Forensisch Instituut als mogelijkheid noemt. 

Het Openbaar Ministerie verwijt de stichting De Stromen Opmaat Groep, waartoe het verpleeghuis behoort, dood door schuld. De organisatie had het personeel volgens justitie beter moeten opleiden en begeleiden in het omgaan met de zogenoemde Zweedse
band. Die band wordt gebruikt om patiënten in hun bed vast te binden. Rechter J. van der Groen wil op een volgende zitting van medewerkers horen hoe zij zijn geïnstrueerd over het gebruik van de band.

De familie van de overleden patiënt eist dat het verpleeghuis de begrafenis betaalt.

Plaats op NuJij Voeg dit artikel toe aan MSN Reporter Voeg toe aan Blig